filosofietsen

Een paar jaar geleden heb ik de status van mijn fiets veranderd van decoratiestuk naar sportartikel. Waar ik een jaar of 20 geleden nog wat verbaasd en meewarig keek naar grijze, dikke mannetjes op een racefiets en niet snapte waarom ze dat in vredesnaam deden, besefte ik dat ik nu ook zo’n mannetje – een OMIL – was geworden. Misschien is dat wel de reden dat de meeste fietsers zo’n grote zonnebril dragen dat ze vrijwel niet herkenbaar zijn. Zo’n strak wielrennerpakje brengt de contouren immers wel erg goed in beeld.

Een eigenschap van mij is dat ik niet in staat ben om iets maar zozo te doen. Of ik ga ergens voor, of niet. Tel daarbij mijn queeste naar ‘wat beweegt mensen’ en je snapt dat ik niets kan doen zonder daarbij mijzelf te onderzoeken. Een paar argumenten waren snel gevonden: sommige van mijn pakken zaten strakker dan wat echt comfortabel was en mijn conditie op peil houden met alleen wandelen vraagt nogal wat tijd.

Ik had bedacht dat naar Katwijk heen en weer wel een aardige ‘test’ zou zijn, daarbij had ik ook bedacht dat ik die 25 km wel in een uur zou moeten kunnen rijden. Iets meer dan een uur later kon ik vaststellen dat mijn idee vrij aardig klopte. De zadelpijn daarna was daarmee vooral een langzaam wegebbende herinnering aan dat ik het toch maar mooi gedaan had. Wat ik wilde had ik gedaan en ik had er een goed gevoel over. Willen – Kunnen – Ervaren, de cirkel was weer rond.

Geheel in overeenstemming met mijn eerder genoemde eigenschap, was daarmee ook direct het hek van de dam. Het doel werd per direct bijgesteld naar ‘dat wil ik binnen het uur kunnen rijden’ en Noordwijk heen en weer werd de volgende uitdaging. Maar was nog iets anders gebeurd. Allerlei ‘delen van mij’ (ik noem ze ikjes) gingen zich er ineens mee bemoeien. Tijden moesten worden bijgehouden, er moest een schema komen, al mijn oude ikjes die nog iets wisten van trainingsleer stonden op, ikjes die zich met mijn voeding gingen bemoeien, ikjes die er iets van vonden toen ze door twee meisjes voorbij gereden werd, ikjes die eigenlijk geen zin hadden om te trainen met daartegenover weer ikjes die daar weer wat van vonden. Ikjes die smoesjes verzonnen als de gereden tijd wat matig was, zelfs ikjes die fietsen gebruikten als excuus om uit te stellen van wat andere ikjes eigenlijk die dag hadden moeten doen en niet te vergeten, de ikjes die steeds sneller wilden en steeds verder wilden…

Wat begon met een uurtje fietsen was al snel uitgegroeid naar (zelf-)onderzoek. Wat kan ik van fietsen over mijzelf leren, hoe kan ik de ervaring van fietsen gebruiken als ervaarbare metafoor voor het optimaliseren van processen binnen organisaties? Wat is er van fietsen te leren nadat je hebt leren fietsen? Hoe krijg je plezier in doen wat nodig is en vooral: hoe hou je het leuk?

Lukraak dus wat overwegingen en conclusies van de fietsosoof in relatie tot veranderen:

Doe geen concessies aan wat voor jou belangrijk is
Het gaat niet slecht, maar het kan wel beter. In dit geval gaf het verlangen ‘beter in mijn lijf zitten’ het idee om te gaan fietsen. Maar er zit nog iets voor dat begin. Iets dat te maken heeft met liegen, ontwijken, ontkennen, niet willen zien, niet willen erkennen. Iets dat er voor zorgt dat het ongemak wordt verloochend door ‘het valt wel mee’.
Dat is precies wat ik zowel bij veel organisaties zie als bij nogal wat mensen. Liever het ongemak vergoelijken en rationaliseren dan de inspanning leveren om het te veranderen. Het ‘kopen van de pijn’ kan op verschillende manieren. Veelgehoord zijn:

  • Dat is belangrijk, daar moeten we nog eens naar kijken.
  • We moeten vooral kijken naar wat wel goed gaat.
  • Het komt door… (markt/economie/wetgeving enzovoort)
  • Het is altijd goed komen, dat gaat nu ook wel weer gebeuren.
  • Bij ons valt het nog mee, bij anderen gaat het nog veel minder.
  • Er is geen tijd, ruimte of budget voor.
  • We moeten eerst onderzoeken waardoor het komt.

Wezenlijk maakt het natuurlijk niet uit welke smoes je aan jezelf verkoopt om genoegen te nemen met iets waar je niet echt tevreden over bent. Ongeacht of dit jezelf als persoon betreft of dat dit binnen een organisatie gebeurt.

Objectief – gemeten door een sportarts – was ik inderdaad 1,8 kg te zwaar. Gaat nergens over, mag geen naam hebben of “valt wel mee” is dan erg dichtbij. Broeken een beetje laten uitleggen waardoor het pak weer lekker zit, was ook een oplossing geweest. Aan de andere kant wordt 1,8 kg te veel heel makkelijk 3, of 5 kg te veel. Nog steeds ver van corpulentie, maar wel steeds meer naar de “gevarenzone”. Het grootste gevaar hierbij is ‘goed vinden wat eigenlijk niet goed is’, waardoor het verval zich progressief ontwikkelt.
Tip is dan ook om regelmatig te onderzoeken of ‘hoe je het graag ziet’ en hoe het werkelijk is, nog dicht genoeg bij elkaar liggen. Hoe gaat het echt op belangrijke levensgebieden als persoonlijke ontwikkeling, gezondheid, relaties en welvaart? Waar koop je pijn en ongemak terwijl je diezelfde energie ook kunt besteden aan de oplossing?

Wat kun je doen met wat je al hebt?
Het plaatje van hoe je het wel graag ziet, is over het algemeen snel gemaakt. Dit levert doorgaans een scala aan opties op die allemaal zouden kunnen werken. Zo is de expertise die nodig is om een organisatie weer optimaal te laten functioneren vrijwel altijd al binnen die organisatie aanwezig, maar wordt er nog geen effectief gebruik van gemaakt. Het is een valkuil waar je met een daverende klap in kunt tuimelen om iets te bedenken wat je nodig hebt dat buiten je bereik of mogelijkheden ligt. “Ik zou het wel willen veranderen, gevolgd door een aantal mitsen en maren”.
De kunst is om zo min mogelijk energie, tijd en geld te besteden aan het eerste onderzoek. De vergelijking met fietsen is hier eenvoudig, ik had die fiets al jaren maar had er nooit veel mee gedaan. Werkelijk onderzoek was de eerste rit: zou ik het halen, zou ik er plezier in hebben? Met direct daarna de kakofonie van ik-jes. Bij een verandering van de manier van werken binnen een organisatie, heb ik het nog nooit anders meegemaakt. Iedereen vindt dat het beter moet kunnen, iedereen wil ook dat het beter gaat… tot het moment dat er gefietst gaat worden. Dan komen de verborgen ikjes ineens uit alle hoeken en gaten. Ikjes die ineens enthousiast worden en zich inzetten en ikjes die naar uitvluchten en alternatieven zoeken.

Doe zo min mogelijk en zorg dat het leuk blijft
Veranderingen aanbrengen betekent niet dat het normale leven ineens stopt: “Tijdens de verbouwing gaat de verkoop gewoon door”. Toch vraagt verandering om tijd een aandacht. De kunst van een geslaagde verandering zit dan ook voor een belangrijk deel in ‘zo min mogelijk doen en zorgen dat het leuk blijft’.
Het is heel eenvoudig uit te rekenen hoeveel calorieën de verbranding van 1,8 kg vet oplevert om vervolgens uit te rekenen op welke belasting ik hoeveel tijd zou moeten fietsen om dat te doen. De kunst is om dat dan in een schema te zetten dat voldoende ambitieus is – waar ik wel progressie kan ervaren – maar niet zo zwaar dat het ten koste gaat van andere zaken die ook belangrijk zijn.
Efficiency is belangrijk, ook – of misschien wel vooral – in verandertrajecten. Zicht op wat draagt bij aan de realisatie en op wat tegen werkt. In deze vergelijking was het zeer behulpzaam om mijn kennis van fietsen wat bij te spijkeren. Dat trainen op een lage intensiteit meer effect heeft dan ‘hard gaan’ wist ik al. Wat voor mij nu een lage intensiteit was… geen idee. Mijn laatste sportkeuring was meer dan 20 jaar terug. Meten is weten… dus een inspanningsonderzoek. Verder wat internetonderzoek om erachter te komen dat een hoge cadans effectiever is dan ‘stoempen’. Beetje cijferwerk levert dan op dat de ideale training is om boven de 90 omwentelingen per minuut te trappen met een hartslag die onder de 145 blijft.
Ironisch genoeg koste de ideale inspanning vrijwel geen inspanning. Inmiddels is de afstand verlegd naar Noordwijk heen en weer (35 km), en ben ik eerder fit dan vermoeid als ik terug kom. Waardoor ik op een (voor nu even) laatste conclusie kom:

Focus op wat er nodig is en laat het resultaat gebeuren
Twee waarden zijn voor mij belangrijk die ik tijdens de training ook goed in de gaten hou: hartslag en cadans. Natuurlijk zijn er ook ikjes die hard willen gaan en ver willen gaan. Het aardige is: dat komt dan als vanzelf. Mijn doelen voor dit seizoen waren best ambitieus. Mijn gemiddelde snelheid is fors omhoog gegaan net zoals de afstand die ik ‘aan kan’. Het was soms niet eenvoudig om ingehaald te worden terwijl ik wist dat ik sneller kon. Focus op eigen tijd en eigen tempo was belangrijker.
Gaat het uiteindelijk om resultaat? Jazeker. Na de testrit had ik zowel qua afstand en qua gemiddelde snelheid een behoorlijk ambitieus doel gesteld. Tijdens de training was het de kunst om me daar niet mee bezig te houden, niet op m’n snelheidsmeter te kijken, wel de aandacht te houden op cadans en hartfrequentie. Met als gevolg… Niet alleen mag ik volgend seizoen mijn ambitie opwaarts bijstellen, belangrijker nog is dat ik plezier heb gekregen in het fietsen zelf. Wat eerst ‘moest’, is nu vooral ook prettig om te doen.

De werkelijkheid (weer) in overeenstemming zien met hoe je graag wilt dat het is. Er wordt veel over gesproken, er zijn veel boeken over geschreven. Iedere situatie is toch weer anders en levert in principe weer stof op voor een nieuw boek. Tegelijkertijd is iedere situatie ook weer hetzelfde. Als je de wetmatigheden snapt die erachter zitten, gaat het eigenlijk als vanzelf… Als je merkt dat het bij jou niet als vanzelf gaat en wat adequate  hulp kunt gebruiken, ben je van harte welkom!

Ach, het is maar gedrag…

Voor iedereen die zich nog verbaast over of zich ergert aan het gedrag van anderen… (of van zichzelf…)

Op zoek naar de steen der wijzen van gedrag en communicatie? In vier dagdelen leer je met behulp van het enneagram je omgang met je zelf en je hele omgeving te doorgronden en je relatie met jezelf en anderen substantieel te verbeteren. Durf je die confrontatie aan…?

Wat je al wist:

  • Er zijn gebeurtenissen waar verschillende mensen verschillend op reageren. Wat de één leuk vindt, vindt een ander niet leuk.
  • Iedereen is bezig om te realiseren wat voor hem of haar belangrijk is. Iedereen doet dat op zijn of haar eigen wijze.
  • En je ervaart waarschijnlijk ook dat je niet helemaal tevreden bent met de resultaten van je eigen handelen.

Wat je erbij leert:

  • Gedrag van mensen is meer voorspelbaar dan je denkt. Ieder mens heeft een karakterstructuur die bepaalt wat  ze prettig en onprettig vinden, waar ze stress van krijgen en hoe hun gedrag dan (alweer voorspelbaar) verandert.
  • Het enneagram onderscheidt negen verschillende karakters, de enneatypen. Kennis van deze types geeft je inzicht in de drijfveren achter het gedrag. Daarbij ook zicht op wat ieder type als onaangenaam ervaart en het voorspelbare stressgedrag.
  • Ieder type heeft eigenschappen. De omstandigheden waarin iemand zich bevindt zijn mede bepalend of die eigenschappen bruikbaar of dysfunctioneel zijn.
  • Gedrag en karakter zijn allerminst statisch. Kennis van je karaktertype geeft zicht op je huidige talenten en op je groeirichting waarmee je onderliggend talent ontwikkelt.

OK. Nu ken ik m’n enneatype. So what…?

Alles dat gebeurt kan als een proces worden gezien. Er blijkt een correlatie tussen het enneatype dat je karakter beschrijft en het procesmodel: de blinde vlekken. In overeenstemming met je karakter doe je op voorspelbare punten in het proces iets anders dan je denkt dat je doet. Waardoor het resultaat van je inspanning kan tegenvallen. Je leert zicht te krijgen op je blinde vlekken en daarmee op wat je wél kunt doen om te bereiken wat je wilt.

Dit aspect, het procesmodel, is een belangrijk onderscheid van de meeste, gangbare enneagram-trainingen en –adviezen. Die houden op bij het vaststellen van je enneatype. In deze cursus leer je daadwerkelijk je eigen gedrag en dat van anderen in kaart te brengen en bewust te kunnen bijstellen. Eigenlijk begint het dus pas met het kennen van ‘je type’…

Kortom, deze cursus is de meest uitgebreide kennismaking met het enneagram, waarbij het geleerde direct in je dagelijkse leven toepasbaar is (waar anders, tenslotte!).

Met als gevolg:

  • een beter begrip van jezelf en van de mensen om je heen
  • concreet richting aan je eigen ontplooiing kunnen geven
  • met meer plezier en resultaat de regie voeren over je leven.

over Rob de Best

De cursus wordt gegeven door Rob de Best, internationaal expert op het gebied van het enneagram. Hij ontwikkelde het procesmodel en vele andere toepassingen van het enneagram. Al bijna 15 jaar gebruikt hij het enneagram in de meest uiteenlopende toepassingen voor mens en bedrijf.

Bijzonder is dat Rob het enneagram door en door heeft leren kennen vanuit zowel de traditie waar dit symbool haar oorsprong heeft (de Vierde Weg) als vanuit de moderne toepassing als karakterbeschrijvend model. Als geen ander is hij in staat gebleken om deze kennis vanuit twee verschillende gezichtspunten te integreren en te kneden naar praktische oplossingen voor mens in beweging.

Het enneagramis – naar de oorspronkelijke definitie – een symbolische weergave van een geheel, ieder geheel. De wetmatigheden die door het symbool worden weergegeven zijn overal in terug te vinden. De kennis welke in dit model ligt besloten komt overeen met ons ‘oerweten’, waardoor de cursus een hoog “O, ja natuurlijk!”-gehalte heeft. Of zoals een briljante voetballer het verwoordde “Als je het ziet, dan snap je het”en Rob de Best aanvulde met “en als je het snapt, kun je het altijd”.

Je bent van harte welkom!

 

 

Zo je golft, zo ben je…

Ieder resultaat is het gevolg van een samenwerking tussen idee en uitvoering, tussen intentie en competentie (R=I x C)

Er bestaat een duidelijke relatie tussen je karakter en hoe je met je dagelijkse bezigheden (processen) omgaat. Deze stelling zal op zich niet verrassend zijn. Wat minder mensen weten, is dat er een onmiskenbare relatie bestaat tussen je karakter en wáár in het proces de grootste kans bestaat dat je iets anders doet dan dat je denkt dat je doet. Het resultaat – en je beleving daarvan – geeft overigens altijd wel aardige feedback… Zoals in golf, de bal is eerlijk. Om met minder stress meer resultaten te boeken waar je blij van wordt, zul je dus iets meer van je karakter willen weten.

Voor een goed begrip, eerst even een zijstap: Pythagoras heeft – enige tijd geleden – met behulp van een monochord, de werking van een geheel onderzocht. Meer bekend is de daaruit afgeleide diatonische toonladder. De bekende do, re mi, fa, sol, la, si do. De “werking” van ieder geheel, of dat nu een hele organisatie is, een heel mens, een heel brood of een hele golfslag blijkt op dezelfde wetmatigheid te berusten. Symbolisch wordt dit weergegeven door een cirkel met negen punten, het enneagram.

Enneagram_desintegration

Het enneagram is het meest fascinerende model dat ik ken. Het geeft zowel een verklaring van de werking van iets dat al bestaat als dat het zicht geeft aan op welke wijze iets tot stand komt. De herkomst van het model is onbekend, al mag veilig worden verondersteld dat het gevonden is in een filosofische traditie. De huidige ontdekkingen vanuit de kwantummechanica geven nog de beste beschrijving van de toepasbaarheid van het enneagram. Zeker nu inmiddels consent is over het gegeven dat massa en energie hetzelfde zijn terwijl een waarnemer veroorzaakt dat iets als energie of als massa wordt waargenomen.

De herkomst en legitimatie van het model even latend voor wat het is, kan zonder meer worden gesteld dat het enneagram toepasbaar is als procesmodel om de voortgang van een proces te verklaren dat uiteindelijk tot een vorm, een manifestatie leidt. Anders gezegd, de energie in beweging. En tegelijkertijd als model om verschillende karakters ten opzichte van elkaar te onderscheiden. Het is zowel het model van een mens als dat van de bewegingen van die mens. Bij het ‘wie’ – ons karakter (of bij een organisatie de bedrijfscultuur) – ligt het zwaartepunt altijd op één van de negen punten van het enneagram, terwijl in het ‘doen’ alle negen fasen doorlopen moeten worden om tot een resultaat te komen.

Eén van mijn vindingen is dat ieder mens – en iedere organisatie – twee blinde vlekken heeft in het eigen proces. Dit zijn de momenten dat je iets anders doet dan je denkt dat je doet, terwijl je dat niet van jezelf kunt zien. De blinde vlekken hebben een sterke relatie met het karakter. Deze relatie voor jezelf kennen, betekent dat je effectief kunt werken aan het optimaliseren van zowel je spelplezier als je handicap.

 

Het proces – de beweging

Het proces van een ronde spelen is in de basis voor iedereen hetzelfde. Slag voor slag en daarmee een herhaling van het proces dat er volgens de toonladder als volgt uitziet:

  1. Re           Inspiratie en verlangen om een bal te slaan > doel bepalen
  2. Mi           Onderzoek: wat heb je daarvoor nodig: oefenswing en voorbereiding
  3. > Interval: Adresseren van de bal           (Besef dat het nu voor het ‘echie’ gaat)
  4. Fa           Creëren Upswing.
  5. Sol           Loslaten Downswing.
  6. > Impliciete interval op het moment dat de bal wordt geraakt
  7. La           Slag afmaken en balvlucht t/m waar de bal ligt na de verplaatsing.
  8. Si           Waardering, evaluatie.
  9. > Interval: Acceptatie leidt tot “Do”, rust

De opeenvolgende fasen van dit proces zijn logisch en onveranderbaar. Het resultaat is het gevolg van de intentie die voorafgaat aan de beweging en de beweging zelf.

Mens in beweging. Dat niet alle mensen op dezelfde manier op een gebeurtenis reageren, is geen nieuws. Net zo min als dat je sommige mensen tegenkomt die je gelijk al mag en anderen waar je liever niet mee zou willen omgaan. Mensen zijn uniek en authentiek. Je karakter is allesbepalend voor welke betekenis je aan de talrijke omstandigheden van het leven, met inbegrip van het gedrag van anderen, geeft. Je karakter is bepalend voor wat je aangenaam vindt en wat je liever vermijdt.

Het proces is universeel, voor iedereen hetzelfde. Aan de andere kant ‘is’ niet iedereen hetzelfde. Leuk of niet, mensen reageren nu eenmaal verschillend op wat ze zien en meemaken. Ieder mens is een volkomen individu en geen twee mensen zijn qua karakter hetzelfde. Aan de andere kant is er – met behulp van het enneagram – wel een betrouwbare indeling te maken op basis ‘dominante’ drijfveren.

  1. Perfectie
  2. Competent
  3. Succes
  4. Individualiteit
  5. Autonomie
  6. Zekerheid
  7. Vrijheid
  8. Controle
  9. Harmonie

Het is evident dat deze negen waarden voor ieder mens belangrijk zijn. Tegelijkertijd blijkt voor iedereen dat er één van deze negen meer belangrijk is dan de andere acht. Deze ene is zo sterk dat zodra deze waarde niet ingevuld is, er een stressreactie optreedt. Aangezien stress een direct negatief effect heeft op de spierspanning, is het wel handig om dit te vermijden. Als je meer wilt weten: er zijn vele boeken geschreven over het gebruik van het enneagram als model van karaktertypering. Sommige daarvan zijn inhoudelijk zelfs erg goed en er zijn vele testen op het web te vinden.

Weten wat je belangrijkste drijfveren zijn en het herkennen van je eigen stressreactie, zorgt ervoor dat je sneller en meer effectief in staat bent om weer bij jezelf te komen als het dan toch even mis is gegaan. Weten wat je nodig hebt om optimaal te kunnen functioneren zou zelfs de noodzakelijke zorg voor je emotionele hygiëne mogen worden.

Relatie tussen Mens en beweging.

Wat – in relatie tot golf en daarmee al je andere processen – wellicht nog meer belangrijk dan het zorgen voor je eigen emotionele hygiëne, is het gegeven dat er een relatie is tussen je karakterstructuur volgens het enneagram en de ‘blinde vlekken’ in je proces. In deze blinde vlekken zit doorgaans de oorzaak van waarom het resultaat niet is wat het had moeten zijn. En een vervelende eigenschap van een blinde vlek is dat je dat dus niet hebt kunnen zien.

Ditzelfde fenomeen blijkt onverkort van toepassing te zijn op de relatie tussen organisatiecultuur of teamcultuur in relatie tot de processen van die organisatie of van dat team. Met als gevolg dat als verwachte resultaten niet worden gehaald of met een extreme inspanning maar net voldoen, de werkelijke oorzaak veelal niet gevonden wordt. Je kunt immers alleen maar analyseren wat je wel hebt waargenomen of met interviews of onderzoek boven tafel hebt gekregen.

De blinde vlekken blijken een correlatie te hebben met de punten waarmee ze binnen het enneagram een gelijkzijdige driehoek vormen. Binnen het model zijn, naast de zichtbare driehoek 369, nog twee gelijkzijdige driehoeken ‘verstopt’: 285 en 147.

Als ik – wellicht oneerbiedig , maar nu even wel functioneel de verschillende karakters aanduid met hun plaats in het enneagram, dan hebben de onderscheidbare karaktertypes de grootste kans dat de afwijkingen van het gewenste resultaat te vinden zijn in de fasen waarmee zij een driehoek vormen. Het loont om aan deze punten bijzondere aandacht te geven en, liefst met behulp van iemand die even mee kan kijken, te onderzoeken wat er werkelijk in die fase gebeurt:

De 1 – de perfectionist – Blinde vlek op creatie (4) en op nakijken van de bal (7)

De 2 – de helper – Blinde vlek op evaluatie (8) en op downswing (loslaten) (5)

De 3 – de winnaar – Blinde vlek op balcontact (6) en op acceptatie en rust (9)

De 4 – de romanticus – Blinde vlek op speelplan (1) en nakijken van de bal (7)

De 5 – de waarnemer – Blinde vlek op onderzoek (2) en op evaluatie (8)

De 6 – de loyalist – Blinde vlek op adresseren van de bal (3) en acceptatie en rust (9)

De 7 – de avonturier – Blinde vlek op speelplan (1) en upswing (creëren) (4)

De 8 – de baas – Blinde vlek op onderzoek (2) en op downswing (8)

De 9 – de vredestichter – Blinde vlek op adresseren (3) en op balcontact (6)

De blinde vlekken zijn de momenten in je swing waarop er ongemerkt spanning kan optreden. Spanning die doorgaans te maken heeft met het meer belangrijk maken van het resultaat dan met het proces waardoor dat resultaat kan ontstaan. Deze spanning is een stressreactie vanuit een ander deel van je hersenen dan het deel dat bedacht heeft wat je graag wil en van het deel dat weet dat je dat ook kunt. Een vervelende eigenschap is dat dit deel 28.800 keer sneller is dan het deel waarmee we denken, maar wel een effect heeft op de spierspanning. Met de meest exotische gevolgen zoals dat je schouders ineens opgetrokken worden (getopte bal), knijpen (slice of shank), je heupen die achter je armen aankomen of helemaal niet meedraaien. Gelukkig zal de bal je laten zien of het helemaal klopte of niet…

 

[facebook] [retweet]

 

Golf – het is maar een spelletje… (toch?)

Sommige mensen spelen golf omdat ze het ontspannend vinden of aardig om te doen. Lekker een paar uur buiten in een verzorgde omgeving en daarna een drankje en zo op het terras. Ik hoor niet bij die mensen. Golf is voor mij de ultieme confrontatie met mijzelf en het meest effectieve middel om mijzelf beter te leren kennen.

Mentaal, fysiek en emotioneel. De drie-eenheid van ons bestaan. Als deze drie breinen samenwerken, is golf fantastisch. Moeiteloos met perfecte resultaten. Als ze niet samenwerken of elkaar tegenwerken, is golf een drama dat gevoelens kan oproepen van wanhoop tot en met uiterste frustratie en alles dat daar tussen ligt.

Moeiteloosheid. Alles in de natuur gaat moeiteloos. Zo hoort golf ook te gaan. Zo ontspannen mogelijk met een stok zwaaien, die ergens onderweg een bal raakt. Swing it out! Ik heb het met verschillende golfprofessionals besproken en ze zijn het allemaal eens met de stelling dat het slaan van een goede bal een ontspannen moeiteloosheid vraagt en dat alles wat we daar aan toevoegen een negatief effect heeft op wat we eigenlijk als resultaat zouden willen zien. Eigenlijk is het dus heel eenvoudig en maken we het onszelf onnodig moeilijk. Ik ken geen betere plek dan de golfbaan om uit te zoeken waar ik het mijzelf onnodig moeilijk maak.

Praktisch filosoof als ik mijzelf kenschets, roept het dan ook onmiddellijk een vraag op: stel dat ik in staat ben om mijn swing meer ontspannen en moeiteloos te krijgen, werkt dit dan door in alle andere processen van mijn leven? Anders gezegd, als ik de ongewilde, onnatuurlijke en disfunctionele spanning die het spel bij me oproept kan transformeren door mijn swing en spel aan te passen, heb ik daar dan ook profijt van in mijn bestaan buiten de golfcourse?

Negen weken heb ik voor dit onderzoek uitgetrokken. Het is nu het einde van de zesde week. Inmiddels wordt wel duidelijk dat het antwoord richting een volmondig “ja” gaat! Fantastisch goed nieuws voor de (aspirant-) beoefenaars van dit nobele spel: Verlaag je handicap en merk dat andere dingen in je leven ook gemakkelijker gaan.

Hoe werkt het?

Mijn -isme is de relatie tussen karakter en proces. Meer dan genoegzaam heb ik al aangetoond dat er een correlatie bestaat tussen iemands karakter, of in organisaties de cultuur, en de zwakke plekken in het proces. Alles is immers een proces dat begint met intentie en dat via een creatie een manifestatie oplevert. Architect > Aannemer > Bewoner van het huis. Idee voor een recept > koken > eten. Directie > Werkvloer > Afnemers. Idee om een golfbal te verplaatsten > Swing > Waar je de bal terug vindt (of niet). Zelfs het schoonmaken van de keuken is een fysieke handeling waar je wel eerst zin in moet hebben. Alles is een proces. En afhankelijk van ‘hoe we in elkaar zitten’ gaan we met die processen om.

Hoe we in elkaar zitten, onze eigen aardigheden en karaktertrekken zijn heel eenvoudig zichtbaar te krijgen bij golf. Het uitgangspunt is dat een moeiteloze swing een goed resultaat oplevert. Wat goed is varieert per persoon afhankelijk van lichaamsbouw, aanleg en reeds verworven vaardigheden. Alles dat je zelf toevoegt verstoort de moeiteloosheid en heeft een direct negatief effect op het resultaat. De bal heeft de functie van feedbackmechanisme: wat de bal doet is het gevolg van de samenwerking tussen je mentale, fysieke en emotionele competenties. Je mag er gerust van uit gaan dat alles dat je doet tijdens een rondje golf, representatief is voor hoe je met alle andere processen omgaat. Jij slaat immers de bal.

Het lijf leert door te kopiëren. Als je één keer een perfecte swing hebt gezien, kun je het in principe nadoen. Op het oefenveld, de driving range, lukt het iedereen al vrij snel om een bal ‘goed’ te raken. Die ervaring van moeiteloos swingen, niet eens voelen dat je de bal raakt en deze toch een heel stuk rechtdoor ziet vliegen. Op dat moment zit het ergens in de software van je lichaam en kun je dit ongelimiteerd herhalen.

Maar dan begint de narigheid. Het ‘programma’ de ideale swing blijkt regelmatig minder eenvoudig terug te vinden, als gedachten een rol gaan spelen. Vooral ‘nu moet het goed gaan’ veroorzaakt bijzondere bijwerkingen. Het blijkt dat de eerste keer dat ‘het lukte’ je eigenlijk geen idee had wat je deed. Op basis van de welhaast euforische beleving van dit resultaat, lijkt er een acute verslaving op te treden aan dit gevoel. Daar wil ik wel meer van! Vanaf dat moment begint het denken zich ermee te bemoeien en zijn de poppen aan het dansen. Het denken was er immers niet toen het lijf die ideale swing maakte dat het fantastisch goede gevoel opriep. De conclusie is dan ook voor de hand liggend dat dit denken zich er even niet mee moet bemoeien om het nog een keer te laten gebeuren.

Het is werkelijk fascinerend wat er vervolgens gebeurt. Doordat het niet direct nog een keer lukt om de ideale swing te laten gebeuren, gaat het denken bedenken wat er zou moeten gebeuren, waar het mis ging en wat er anders zou moeten. Het is alsof de directeur van een bedrijf ziet dat de resultaten achterblijven, niet gezien heeft of kan onderzoeken wat er werkelijk gebeurt is en de eerste de beste die hij tegenkomt de schuld geeft. Zo ongeveer alles en iedereen kan ‘verantwoordelijk worden gesteld’ voor een slecht resultaat: Zelfbeschuldiging “doe dan ook niet zo stom” veelal voorop, gevolgd door omstandigheden van buiten die werkelijk helemaal niets met de slag te maken hebben, zoals anderen die staan te kijken; plaatsten door de baan waar je toch niet wilt landen zoals bos of water; vergelijkingen met anderen die het beter of minder goed kunnen; mensen voor je waar je op moet wachten of mensen achter je die op jou staan te wachten; het weer; geluid; scorebord; wat dan ook. Op een bijzondere manier wordt het resultaat ineens belangrijk terwijl alles dat nodig is om dat resultaat te bereiken, vergeten lijkt.

Iedere manifestatie, ieder resultaat is dus het gevolg van de samenwerking tussen een idee en een handeling. Tussen inspiratie en creatie. Omgekeerd is het dan ook waar dat als het resultaat tegenvalt er kennelijk iets mis is gegaan in de samenwerking tussen wat iemand wilde en wat iemand deed. Ergens in het proces deed je kennelijk iets anders dan je dacht dat je deed. Je wilt iets waarvan je weet dat je het kunt. Vervolgens gebeurt er iets wonderbaarlijks waardoor het resultaat volkomen anders is dan wat je verwacht had.

Hoe het zou behoren te werken

Golf is een herhaling van het proces dat er volgens de toonladder heel eenvoudig uitziet:

Re            Inspiratie en verlangen om een bal te slaan > doel bepalen.

Mi            Onderzoek: wat heb je daarvoor nodig.

Fa            Upswing.

Sol            Downswing.

La            Waar de bal ligt na de verplaatsing.

Si            Waardering, evaluatie.

Do            Rust.

 

Re en Mi is de mentale fase waarin bedacht en onderzocht wordt wat er gewild wordt en wat daarvoor nodig is. Fa en Sol is de fysieke fase waar je aan het doen bent en La en Si zijn de emotionele fase waarbij de ligging van de bal na de slag wel of niet binnen de marge van ‘daar word ik blij van’ ligt. Kenners van de toonladder weten dat er tussen Mi en Fa een halve toon ontbreekt. In ieder proces is dat de ‘hulp van buitenaf’. In het proces van de bakker zijn dit de ingrediënten die afgeleverd worden waardoor hij van denken over brood, kan gaan kneden volgens zijn receptuur. In dit proces is dat de bal -die ligt waar die op dat moment ligt. De ontbrekende halve toon is de verandering in het proces waarin wordt overgeschakeld van de mentale naar de fysieke fase.

 

Om de vergelijking met het bakken van brood nog iets verder door te trekken: creatie is het kneden door de bakker en transformatie vindt plaats als het kneedsel de oven in gaat en de bakker het dus loslaat. Creatie vraagt om actie, terwijl transformatie plaatsvindt onder aandachtig toekijken. Creatie is de voorbereiding, transformatie is laten gebeuren. Laat dit ‘loslaten’ nu zo ongeveer het punt zijn waar de meeste mensen moeite mee hebben… Voorbereiding prima, oefenswing uitstekend en dan komt het besef dat de bal geraakt moet gaan worden… Het is veel voorkomend dat onzekerheid: ‘zal het wel goed gaan’, woede ‘nu moet het goed gaan’ of schaamte ‘je zal zien dat het nu mis gaat’ ineens een rol gaan spelen. Het mentale vertrouwd het fysiek niet meer en in plaats van te laten gebeuren wil het besturen of controleren. Dit is vergelijkbaar met de trap oprennen terwijl je wilt bedenken waar je je voeten neerzet. Gaat niet lukken en de bewegingen vertragen immens. Ons mentale ‘deel’ is nu eenmaal bijna 30.000 keer langzamer dan ons fysieke ‘deel’.

 

De oplossing is dan ineens voor de hand liggend:

Re            > vanaf welke plek wil ik mijn volgende bal spelen.

Mi            > welke stok heb ik daar voor nodig en instructie van het lijf.

Fa            > Upswing en aandacht in het lichaam brengen.

Sol            > Ontspan en laat gaan terwijl de aandacht in het waarnemen van het lijf blijft.

La            > Je weet hoe je de bal geraakt hebt en je kijkt deze na tot en met na de landing.

Si            > Waarderen van het resultaat en zonodig bijstellen van de receptuur.

Do            > Rust, geniet van de omgeving, het uitzicht, je medespelers.

 

Kortom, het is niet moeilijk maar het is heel erg moeilijk om het eenvoudig te houden. Aan de andere kant… ik heb daar wel oefeningen voor

Golf – een metafoor van het leven?

Golf is fijn als het goed gaat en golf is absoluut niet fijn als het niet goed gaat. (Net als het leven zelf…) Golf is eigenlijk heel eenvoudig: hoe minder je doet des te gemakkelijker het gaat. (Net als het leven zelf…) Als je met je armen kunt zwaaien en een stok kunt vasthouden, kun je het eigenlijk al. Het principe van “moeiteloosheid” is hier heel eenvoudig terug te vinden. Toch gaat het, zeker in het begin, vaker niet goed dan wel. Ballen gaan alle kanten op, als je ze al raakt. Er kan dan maar één conclusie zijn als het misgaat: je doet te veel.

Moeiteloosheid betekent dat je die dingen laat gebeuren waar je blij van wordt. Met de nadruk op laten gebeuren. Het idee dat golf wel eens een ideaal middel zou kunnen zijn om leren ‘laten gebeuren’, is dan niet zo raar.

Golf vraagt een optimale samenwerking tussen denken en doen: Bedenken wat je wilt en daarna ruimte aan het lichaam geven om te demonstreren wat het geleerd heeft. Waar je bal ligt na je slag kun je blij mee zijn, of niet. Ook dit is een wetmatigheid. Iedere situatie en omstandigheid is het gevolg van de samenwerking tussen intentie en competentie. Golf is dan wel heel eerlijk: de bal laat je zien in hoeverre het klopte op het moment dat je de bal raakte.

Iedereen kan een goede bal slaan. Als dat niet gebeurt is dat omdat we onszelf daarbij in de weg staan. We willen wel graag, maar we doen iets anders dan we denken dat we doen, waardoor het resultaat teleurstellend is.

Even heel kort door de bocht: de stelling is dat iedereen toegang kan creëren naar een beleving van moeiteloosheid, overvloed en onvoorwaardelijk vertrouwen, maar dat we onszelf daarbij in de weg staan. We willen wel heel graag, maar we doen iets anders dan we denken dat we doen, waardoor het resultaat teleurstellend is.

Er blijken ongelooflijk veel overeenkomsten te zijn tussen golf en alle andere gebieden van ons leven. Het idee dat je door te leren golfen, je eigen weerstanden leert kennen en kunt leren transformeren is dan niet alleen niet raar meer, het is hoogst waarschijnlijk.

Ik kan niet golfen, maar ik kan golf wel laten gebeuren. Een golfslag is een zwaai met je armen terwijl je een stok vasthoudt, met zo’n hoge snelheid dat je dat niet meer kunt controleren. Vergelijk het maar met de trap op rennen terwijl je denkt aan hoe je je voeten moet neerzetten of je benen optillen. Alle snelheid is er dan direct uit. Ons lijf is onwaarschijnlijk veel sneller dan ons denken. Wie ooit een kniereflex heeft meegemaakt, weet dat. Een perfecte swing vraagt dus om vertrouwen in dat het lichaam het kan, om loslaten… En loslaten blijkt zo onwaarschijnlijk moeilijk. We willen zo graag de regie voeren of controleren dat we onszelf letterlijk in de weg staan om die resultaten te ervaren die we zo graag willen.

Golf. Het gaat nog steeds over golf. Of niet? Je hoeft maar een klein beetje gelezen te hebben over kwantummechanica en zo om te weten dat we in meerdere dimensies, of werelden tegelijkertijd leven. De driedimensionale wereld van lijf en dingen is het tastbare resultaat van een intentie en een creatieproces. De stoffelijke wereld is ontelbaar veel kleiner en meer beperkt dan de onstoffelijke wereld. De wereld van mogelijkheden is oneindig veel groter dan de ene mogelijkheid die tastbaar en concreet is geworden. Zolang ik de bal nog niet geslagen heb, kan het alle kanten nog op. Zodra ik ‘m raak zijn richting en balvlucht al bekend.

Is het dan mogelijk om golf als middel in te zetten om erachter te komen welke weerstanden je nog hebt en op welke manier jij jezelf in de weg zit om die staat van overvloed en vrijheid te ervaren. Het sterke vermoeden is dat het antwoord “ja” is.

Golf. Of je nu wel of niet al speelt. Of je nu wel of niet een aantal opinies hebt over het spel, de mensen die het spelen, de entourage of de kleding. Ik ken geen andere activiteit die zo eerlijk confronterend is. Alles dat ik op de golfbaan doe, doe ik ook op alle andere terreinen van mijn leven. Golf zal voor sommigen een spelletje of bezigheid zijn waar ze verder niet over nadenken. Aan de andere kant, er zijn meer mensen die aan de oppervlakte leven dan mensen die willen weten en ervaren waar dit leven werkelijk over gaat en wat ze er mee moeten.

Er kan zo’n moment in je leven zijn dat je denkt ‘waar doe ik het allemaal voor…’, ‘waar gaat dit leven over…’ Zo’n moment dat je beseft dat er eigenlijk niets mist in je leven, maar dat je het ‘hoe en waarom’ even kwijt bent. Waardoor het allemaal niet zo fijn meer is als vroeger. Je zoekt ‘iets’ om voor te kunnen gaan, om je energie in te steken, maar dat ‘iets’ vind je niet in de buitenwereld.

Leef je passie! Ga voor wat voor jou belangrijk is! Leuk, hoor al die natte coach-kreten. Maar wat als je nu niets kunt bedenken… Wat te doen als je er achter komt dat je eigenlijk nergens een passie voor hebt en dat de buitenwereld z’n glans aan het verliezen is? En dat schilderen, mandala kleuren, zingen, mediteren of wat dan ook niet meer werkt? You’ve been there, you’ve done that.

Nogmaals, niet dat je iets te kort komt in dit leven. In rede en redelijkheid heb je alles dat je nodig hebt. Maar de ‘lol’ gaat er in meer of mindere mate steeds meer van af. Als de oplossing niet in de buitenwereld ligt, dan zal deze in de binnenwereld liggen. Misschien ben je wel aan een Golf Treatment toe…

[facebook] [retweet]

Tijdschaarste maakt dommer

Tijdschaarste maakt dommer… (en hoe je er vanaf kunt komen)

(Op het gevaar af dat dit juist niet gelezen wordt door de mensen die menen dat ze te weinig tijd hebben…)

Gebrek aan geld en gebrek aan tijd hebben hetzelfde effect op ons denken en op de beslissingen die we nemen. Recent las ik dit in een commentaar op een wetenschappelijk onderzoek. De belangrijkste conclusie is dat ons idee over tijd of geld allesbepalend is over hoe ruim we in ons geld of in onze tijd zitten.

Fascinerend om te lezen dat er wezenlijk geen verschil is in de psychologische verandering tussen mensen die dagelijks geconfronteerd worden met te weinig geld om rond te komen en mensen met te weinig tijd om te doen wat ze zouden willen doen. Ook hier blijkt “tijd is geld” op te gaan. Hierbij werd aangetoond dat een gebrek aan geld of tijd een acuut verlies van 13 IQ punten oplevert. Anders gezegd: geloven dat er te weinig is, zorgt ervoor dat we minder slimme beslissingen nemen.

Een vicieuze cirkel is dan al snel geboren: minder doordachte beslissingen zorgen voor meer problemen, waardoor weer meer tijd nodig is om die op te lossen en zo voort. Voor je het weet besteed je meer dan 40 uur aan je werk, terwijl dat deel van je werk wat je wél plezierig vindt om te doen, in verhouding steeds kleiner wordt.

Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat ‘geloof in schaarste’ een tunnelvisie oplevert. Hierdoor worden mogelijkheden om een einde aan die schaarste te maken, niet gezien of herkend. Anders gezegd, door ons idee dat ‘het toch niet kan’, maakt blind voor de oplossing, terwijl die veelal wel voorhanden is. Om diezelfde reden heeft het – bij erkende tijdschaarste – dan ook geen zin om een cursus timemanagement te volgen. Als je scope beperkt is, zul je er toch niet aan denken om die competentie in te zetten.

Hoe dan wel? De metafoor van de houthakker die geen tijd heeft om zijn bijl te slijpen, komt bij me op. Hoe ontsnap je aan het geloof in schaarste? De frequente confrontatie met “ik zou wel willen, maar het kan niet”, voert immers de boventoon. Iedere dag word je regelmatig geconfronteerd met “te weinig”. Aangezien dat je ervaring is, geloof je al snel dat het waar is. Omdat je gelooft dat er inderdaad “te weinig is” creëer je die schaarste dus feitelijk zelf. Wat je aandacht geeft, groeit immers. Gelukkig wordt daarmee de ontsnappingsroute ook gelijk zichtbaar.

In drie stappen kun je het veranderen

Ten eerste zul je iets aan de betekenis van je omstandigheden moeten doen, waardoor je de beleving van die omstandigheden verandert. Van “ik heb daar geen tijd voor”, is het een kleine stap naar: “ik zou daar voor kunnen kiezen, maar ik doe dat niet”. Feitelijk is dit het herstellen van je autonomie: alles dat je doet is immers een keuze die je – bewust of onbewust – maakt. Iedere handeling vindt zijn oorsprong in de onvervulde verlangens die daar achter liggen. Aangezien ik er vanuit ga dat autonomie en keuzevrijheid voor jou belangrijk zijn, is het primair belangrijk om de betekenis en waarde van wat je doet (weer) in het juiste perspectief te zetten.

Dankbaarheid is hierbij essentieel! Net zoals wanneer je een rekening betaalt, wees dan dankbaar dat het geld er voor is en dankbaar voor de betekenis van hetgeen je er voor terug gekregen hebt. Zo kun je ook dankbaar zijn voor de tijd die je ergens aan besteedt in relatie tot de betekenis en waarde van hetgeen je daarvoor hebt terugontvangen.

De tweede stap is dan het in beeld brengen van de verlangens die achter je gedrag liggen. Iedere handeling heeft immers te maken met het realiseren van een verlangen. Iedere actie levert dus iets positiefs op, ook al is dat in eerste instantie wat lastiger te zien. Ook al lijkt dat soms niet zo, de hele dag doe je dingen die een waarde voor je hebben. Er bestaat niet zoiets als verloren tijd. Het is dus bijzonder zinvol om die tijdsbesteding die je nu nog labelt als ‘zonde van mijn tijd’ te herbezien op wat het wel heeft opgeleverd in relatie tot welke verlangens. Waarom het – zei het met terugwerkende kracht – dus wel goed was om daar tijd aan te besteden.

Het zien van ‘the good reasons behind stupid actions” zorgt voor een verbreding van je scope. Met als gevolg dat je ergernis, stress of welke emotie dan ook, minder wordt. Wat weer als gevolg heeft dat je nog meer kunt uitzoomen. Op deze manier kom je uit de tunnelvisie en laat je de overtuiging “het kan toch niet anders” achter je.

De derde en laatste stap is die waarbij je op basis van je onderzoek hiervoor, gaat bedenken welke alternatieven er zijn voor geld of tijd. Het gaat immers om het realiseren van verlangens. Tijd en geld zijn dat als zodanig niet.

Deze laatste stap is het begin van het hercreëren van je omstandigheden. Uitgangspunt is dat de 24 uur waaruit een dag bestaat, 24 uur is. Dit gegeven is volkomen neutraal. Het kan dan ook alleen maar de betekenis zijn die je er zelf aan geeft, waardoor de beleving van die 24 uur die het verschil maakt. Belangrijk is om eerst je rustmomenten in te plannen. Deze ken ik nog uit mijn sportperiode. “Ik hoef je niet te vertellen dat je moet trainen, dat doe je toch wel want je wilt naar het WK. Ik moet je uitleggen dat je moet rusten om effectief te kunnen trainen. Dat is veel lastiger” kreeg ik destijds te horen. Toen ik drie maanden later overtraind was, begreep ik pas echt wat mijn trainer er mee bedoelde…

Na aftrek van tijd om te slapen en tijd voor jezelf, blijven er een aantal uren over. Deze zijn ‘te besteden aan wat waardevol voor mij is’ in relatie tot alle verlangens die daarbij een rol spelen. Nogmaals: het is belangrijk om die verlangens centraal te stellen en niet de manier waarop je het tot dusver gedaan hebt – en die niet adequaat genoeg werkte. Vanuit het contact met de verlangens die een rol spelen, zul je merken dat je veel gemakkelijker tot creatieve oplossingen komt of dat er heel veel is dat je eigenlijk best kunt laten of over kunt laten aan anderen.

Hierbij is de kern om niet te denken in tijd of geld. Beiden hebben als zodanig geen betekenis of waarde. Denk daarom in realisatie van verlangens, dat geeft immers wel een gevoel van voldoening.

Gebaseerd op:

Sendhil Mullainathan & Eldar Shafir, Schaarste/ Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen (Maven Publishing 2013)

Gevonden op:

https://decorrespondent.nl/511/Waarom-arme-mensen-domme-dingen-doen/10857354970-124c5350

 

valkuilmanagement (leren van de camino)

Obstakel- en valkuilmanagement 

“Iets willen bereiken” is wat mensen beweegt. Wat mensen willen bereiken is voor ieder mens anders. En als verschillende mensen hetzelfde doel hebben, kan de individuele motivatie sterk verschillen.

Een “open deur”. Ware het niet dat die deur veelal alleen even open is als je er bij stil staat en daarna weer makkelijk dicht valt. Zeker bij innovatie- en verandertrajecten wordt er nog te makkelijk vanuit gegaan dat ‘de nieuw gewenste situatie’ door iedereen gewenst wordt en belangrijk genoeg is om zich er voor in te spannen.

Zo komt het nog al te vaak voor dat de directie een aantal medewerkers op training stuurt omdat de directie het belangrijk vindt dat die mensen er wat vaardigheden bij krijgen. Dit is zo ongeveer hetzelfde als mensen hun zwemdiploma laten halen die eigenlijk helemaal niet willen zwemmen en het daarna ook niet of nauwelijks meer zullen doen. Bizar? Niet helemaal. Recent nog had ik een gesprek met twee ondernemers die het erg belangrijk vonden dat er iets ging veranderen en zelf bedacht hadden dat een deel van ‘de club’ hoognodig op cursus moest. Als ze nog durven, hoop ik ze weer te spreken als ze er volgend jaar achter zijn dat deze trainingen toch niet het gewenste resultaat hebben gehad…

 

Hoe dan wel?Ik hou van ervaarbare metaforen. Eén daarvan is de camino die ik in 2012 liep vanaf Saint Jean Pied de Port naar Santiago de Compostela. Zo’n 800 kilometer wandelen door de Pyreneeën met niets anders dan jezelf en wat er in je rugzak zit. Tienduizenden mensen per jaar maken deze wandeling, ieder om redenen die ze alleen maar zelf kennen.Wat ze delen is het doel en de route die eindigt in de kathedraal in Santiago.

Wat ze delen is dat niemand weet waar hij of zij aan begint als ze deze route voor het eerst lopen. Wat ze verder delen is het verlangen – hoe verschillend die ook onderling zijn – om het doel te bereiken. Een belangrijke factor of dat doel ook bereikt wordt is dat het verlangen sterk genoeg moet zijn en dat de mensen zich bewust zijn van dat verlangen. Als je niet weet waarom je wandelt, is het al snel ‘niet leuk’ meer. Ieder proces begint dan ook met het helder hebben van de “what is in it for me?” van iedere individuele deelnemer.

 

Pas nadat de WHY helder is, komt de HOW.

Wat allesbepalend is of ze het doel bereiken, is de mate waarin ze in staat zijn om de obstakels en hindernissen door te komen. Lopen is eenvoudig, zo eenvoudig dat niemand dat eigenlijk nog als een competentie van zichzelf ziet. Sommige hindernissen zijn inherent aan de route: gaten, kuilen en glibberige stukken waardoor je een fysieke blessure kunt oplopen en de reis stopt.

De belangrijkste obstakels zitten echter in de binnenwereld. Sommige daarvan kunnen bekend zijn, eigenschappen die je van jezelf al kent. Andere zijn onbewust en kunnen tijdens de wandeling ineens manifest worden als je jezelf tegenkomt. Hoe ze er ook uit zien, het niet doorkomen van een hindernis betekent dat de reis stopt.

Hindernissen doorkomen betekent dat je doorgaat. Ieder in eigen tempo, maar je bent onderweg. Zolang je onderweg bent, oplet waar je loopt en het bereiken van het doel belangrijker blijft dan iets anders gaan doen, kom je er op een dag achter dat je er bent. Ook al wist je van tevoren niet waar je aan begon en startte je met niets anders dan wat je kon bedenken dat je nodig had voor je wegging. En dan, op een dag, op een tijd loop je de treden van de kathedraal op en ga je naar binnen. Het besef dat je er bent geeft een onbeschrijflijk gevoel en alle pijn en alle ontberingen die je hebt meegemaakt ben je op slag vergeten.

Het wandelen van de Camino is een proces. Met daarin alle wetmatigheden die in ieder proces terug te vinden zijn. Teruggebracht naar alle eenvoud bestaat ieder proces uit drie stappen:

  • Willen > weten wat je wilt en weten waarom dat voor jou belangrijk is.
  • Kunnen > De vaardigheden die nodig zijn beheersen en perfectioneren
  • Ervaren > Het logische gevolg van de samenwerking tussen willen en kunnen

Een traject tot een goed einde brengen, of dat nu het bakken van brood is, het rendabel runnen van een onderneming, het implementeren van een softwarepakket of een traject om prettiger met elkaar te leren samenwerken, kent dan ook een identiek procesmatig verloop:

Willen: De wil moet sterk genoeg zijn, wat betekent dat het bereiken van het doel een voor mij zo belangrijke betekenis heeft dat dit belangrijk genoeg is om me er voor in te spannen.

Kunnen: Hetgeen ik nu al kan, mijn karakter en competenties, is mijn startpunt. Onderweg zal ik uit alles dat ik kan een keuze moeten maken in relatie tot draagt het wel of niet bij aan het bereiken van wat ik wil.

Valkuilen: Ben ik in staat om de valkuilen te overleven en bereid om ter plekke bij te leren en hulp van anderen te accepteren zodra dat nodig is.

 

Het managen van succes- en faalfactoren

Heel veel zogenaamde veranderprogramma’s gaan de mist in omdat eenzijdig de focus gelegd wordt op wat succes oplevert: “het goede doen”. Uit mijn ervaring blijkt dat succes vooral het gevolg is van “niet het verkeerde doen” en “weten wat je wel kunt doen op het moment dat het mis dreigt te gaan”. Oftewel, de kans is het grootst dat ik Santiago bereik zolang ik kan blijven wandelen en er plezier in hou.

Eén van de voorwaarden om ergens plezier in te houden, is dat ik voldoende progressie maak. Dat ik iedere dag zoveel ben opgeschoten dat ik in ieder geval tevreden terugkijk op de dag en het vertrouwen heb dat ik morgen weer een stuk verder kom. Plezier ontstaat doordat ik iets bereikt heb, het resultaat heb ervaren en er tevreden over ben.

Kijkend naar bereiken van wat voor mij belangrijk is, kan ik een onderscheid maken tussen enerzijds “wat helpt” en anderzijds “wat stagneert” Oftewel de succes- en faalfactoren. In tegenstelling tot de gangbare ideeën hierover, behoeven succesfactoren eigenlijk nauwelijks aandacht, deze worden doorgaans als vanzelf  gerealiseerd zodra en zolang de faalfactoren effectief bestreden kunnen worden. Eenvoudiger gezegd: niet doen wat niet bijdraagt is voor 80% bepalend voor je succes.

Succesfactoren vragen wel aandacht indien daar actiepunten uit voortkomen. Als je een lange wandeling gaat maken, is het wel handig om voor te denken over wat je in ieder geval mee moet nemen en je zo goed mogelijk voor te bereiden op de reis. Daar staat tegenover dat het onmogelijk is om vooraf de ervaring te hebben van het onderweg zijn. Inbeeldingsvermogen is hier een cruciale factor. Hoe goed ben je in staat om ‘te doen alsof’ je al onderweg bent. Hoe ziet je dag er dan uit, wat heb je nodig. Hoe beter je in staat bent om je in te leven in ‘alsof je al onderweg bent’ hoe groter de kans is dat je niets vergeet wat later essentieel blijkt te zijn.

Verder zijn succesfactoren te zien als een aantal belangrijke tussenplaatsen. Het bereiken van zo’n plaats geeft het prettige gevoel dat je op de goede weg bent. Vieren van het bereiken van een belangrijke tussenhalte is dan ook belangrijk.

Om die tussenplaatsen te bereiken, is het dus wel belangrijk dat je blijft wandelen. Het blijkt dan ook bijzonder nuttig om vooraf in beeld te brengen waardoor het mis kan gaan. In plaats van de bekende motivatiesessie, bewust een negatieve setting te creëren van wat er allemaal zou kunnen gebeuren waardoor het resultaat niet bereikt wordt. Het maakt hierbij niet uit wat iemand als hindernis ziet. Als bijvoorbeeld een goed ontbijt een voorwaarde is voor iemand om door te gaan, zal daar rekening mee gehouden moeten worden.

Alle dingen die mis zouden kunnen gaan, zijn te verdelen in onvermijdbaar en vermijdbaar. Zo kan het weer nogal veranderlijk zijn. Tegen regen en kou kun je je nog beschermen, al vraagt een hittegolf of strenge vorst om wellicht wel om aanpassing van het schema. Wat sterk is aan te raden is om een ‘what if’ scenario vooraf te maken. Hierin de omstandigheid en de oplossing die je nu al kunt bedenken waardoor je toch verder kunt als het gebeurt.

Ondanks de bewust gekozen negatieve belichting van een ‘mooi plan’ blijkt in de praktijk dat hierdoor heel veel bewuste, maar vooral ook onbewuste bezwaren worden weggenomen. Waardoor aan het einde een stemming ontstaat van ‘we zijn er klaar voor, we gaan het doen!

Buon Camino!

leren wandelen – de camino als metafoor

Op 8 januari 2012, om 8 minuten over 8, liep ik door de hoofdstraat in Saint Jean Pied de Port. Opkomende zon en nog snel een croissant gehaald bij een bakker die al open was. Onverwacht kwam het besef dat ik begonnen was aan mijn Camino, ineens behoorlijk hard binnen. Ticket boeken, voorbereiden, spullen pakken was vrij eenvoudig en bekend. Maar waar ik nu aan begonnen was…

Achteraf is het de mooiste metafoor van het leven zelf. Het is immers heel eenvoudig, je hoeft alleen te wandelen en de gele pijlen te volgen. Aan de andere kant is het meest lastige dat je alleen maar hoeft te wandelen en de gele pijlen moet zien te vinden.

Het meest bijzonder was het moment net na de aankomst in Santiago, 29 dagen later. Het besef dat de Camino Frances ten einde was. Het bizarre mengsel van vreugde en verdriet, direct gevolgd door het besef dat deze Camino -ondanks alles -eenvoudig was. De pijlen lagen er al en ik hoefde ze alleen maar te volgen. Het einde van de Camino Frances was het begin van de Camino Rob, alleen deze pijlen moest ik zelf uitzetten.

Wat ik mee terug nam van de Camino was de metafoor, de vergelijking met het leven zelf. Ter plekke doorleefde “wijsheden”, die op alle aspecten van het leven na de Camino van toepassing zijn:

  • Je mag alles meenemen wat je denkt nodig te hebben, je draagt het zelf.
  • Er wordt niets anders van je gevraagd dan wat je zo goed kunt dat je het nauwelijks als competentie van jezelf ziet: wandelen.
  • Als je iets graag wilt, boek dan gelijk je ticket.
  • De argumenten om niet te doen wat je graag wilt, zijn per definitie meer redelijk en verstandig. Wees onredelijk.
  • Je kunt niet trainen voor iets dat je nog nooit gedaan hebt.
  • Mensen die een andere kant op gaan, zijn niet noodzakelijkerwijs verdwaald.
  • Van de mensen die wel dezelfde route volgen, maakt het niet uit wie ze zijn, waarom ze daar zijn, waar ze vandaan komen, of ze een religie hebben en wat ze doen als ze daar niet zijn. Ze zijn er en dat is goed.
  • Ook als je alleen loopt, betekent dat niet per sé dat je in goed gezelschap bent.
  • Het wandelen van de Camino doe je op dezelfde manier dan alle andere dingen in je leven. Hier zie je dat alleen wat duidelijker.
  • Santiago is maar één stap hiervandaan; de overige bestaan alleen in je gedachten.
  • Water is belangrijk.
  • Op het moment dat je beseft dat je onderweg kunt sterven en weet dat je toch zult doorgaan, weet je dat onderweg zijn belangrijker is dan aankomen.
  • Je kunt niet van jezelf weglopen.

Het zou me niet verbazen als ik ineens besluit om terug te gaan. Het Camino-virus heeft me te pakken…

 

Hou op met veranderen en ga aan je werk…

In de ruim 16 jaar dat ik me met “mens en organisatie” bemoei, ben ik nog nooit een medewerker tegengekomen die bij een organisatie ging werken om te veranderen. Mensen kunnen zich om de meest uiteenlopende redenen voor een bedrijf willen inzetten, maar veranderen hoort daar niet bij. De grootste gemene deler blijft dat ‘iemand iets kan en die expertise wil ruilen voor een tegenprestatie’.

Verandertrajecten, hoe vaak het woord ook gebruikt of misbruikt wordt, zijn dan ook vrijwel kansloos. Zo blijkt in ieder geval uit wetenschappelijk onderzoek. Het blijkt dat in 80% van de trajecten niet het resultaat werd gehaald dat werd beoogd. Gebaseerd op ervaring wil ik dan ook een pleidooi houden voor “hou op met veranderen en laat mensen doen waar ze goed in zijn en blij van worden”.

Verandering hoeft niet gemanaged te worden. Verandering is niets meer dan een adequate, vanzelfsprekende en natuurlijke aanpassing aan de dynamische omstandigheden waar een organisatie of een organisme zich in bevindt. Wat mensen (medewerkers, klanten en stakeholders) willen verandert continue. Neem bijvoorbeeld de generaties die nu op de arbeidsmarkt komen. Zij hebben een heel ander beeld en beleving van ‘werken’ dan dat onze ouders hadden bij hun eerste baan. Of kijk even naar jezelf: is wat je nu verlangt hetzelfde als 20, 10 of 3 jaar geleden?

Verandering gaat als vanzelf. Daar hoef je net zoveel moeite voor te doen als morgen de zon te laten opgaan. Het is niet de verandering die lastig is. Onvrede en ongemak ontstaat vooral als een aanpassing op een verandering in de omgeving niet als vanzelf gaat. Niet-meeveranderen terwijl (het verlangen van) de omgeving wel verandert, zorgt voor frictie, frustratie en stress. Het doet me denken aan de disclaimer bij vroegere beleggingsproducten: De resultaten behaald in het verleden zij geen garantie, voldoen niet meer aan de verwachting van het heden en we maken ons zorgen over de toekomst.

Werken of praten over werk?

Ongeacht het aantal verschillende juridische entiteiten en eigenaars, zie ik een organisatie als een geheel van ‘processen’: iemand doet iets en iemand anders moet daar weer mee verder. Het design van alle functieomschrijvingen bij elkaar zou dan ook moeten kloppen als een Zwitsers horloge. Op één of andere manier passen alle radertjes in elkaar en werken ze samen om uiteindelijk de juiste tijd aan te geven. Zolang die resultaten bereikt worden die op basis van inzet, mentaliteit en competenties ook mogen verwacht, is er geen vuiltje aan de lucht.

De omgeving van een organisatie: markt, medewerkers, stakeholders is permanent in beweging. Er zal een moment komt dat de resultaten niet meer voldoen of het moeizamer wordt om ze te bereiken. Duidelijke signalen zijn bekend: een teruglopende omzet, een ziekteverzuim boven de 3%, verminderde medewerkertevredenheid, meer moeite – minder winst. Daarvoor zit een signaal dat veelal niet herkend wordt: de trend om meer en meer over het werk te praten.

Vergaderingen, werkbesprekingen, overleggen, teamoverleg, afdelingsberaad… of nog erger: motivatiesessie, inspiratiebijeenkomsten, brainstormen met z’n allen. Meer en meer tijd die aan het werk besteed had kunnen worden, wordt gebruikt aan ‘praten over het werk’. En dat terwijl iedereen die er werkt er is gaan werken omdat ze wilden doen waar ze goed in zijn en blij van worden.

Als je de paradox doorziet, is de oplossing ook niet moeilijk meer. Laat mensen zoveel mogelijk datgene doen waar ze goed in zijn en blij van worden. Geef ze de ruimte om dat op die manier te doen die voor henzelf het beste werkt. Om dat te bereiken, hoef je slechts twee aspecten te implementeren:

Ketenbreed leren kijken:

Kijk eens mee naar de klant van jouw klant. Iedereen die iets maakt, maakt dat voor een ander. Ongeacht of dat brood is, een softwaretoepassing, een chassis of een overhemd. Als je hetgeen jij maakt, je product noemt, is ieder product het ingrediënt in het proces van een ander. Het is slechts één vraag die je hoeft te stellen aan je afnemers: ‘wat wil je graag doen met wat ik voor je zou kunnen maken’.

Als ik alles dat ik weet over ‘wat beweegt mensen’ zou vertellen, kan ik daar 96 uur over vertellen zonder in herhaling te vallen (proven fact).Zo heeft iedere professional een ‘overkill’ aan competenties en mogelijkheden ten opzichte van wat er specifiek in een bepaalde situatie gevraagd wordt. Hoe scherper het is waar je de klant van jouw klant een plezier mee doet, des te beter kun je bepalen wat je specifieke bijdrage zou moeten zijn. Met als gevolg: een hoge tevredenheid tegen een zo gering mogelijke inspanning.

Geef ruimte:

Twee vragen die iedere medewerker alleen maar voor zichzelf kan beantwoorden: “wat heb je nodig om te doen waar je goed in bent” en “wie kan je daaraan of daarbij helpen?” Ook jij zult geen ‘radertjes’ hebben aangenomen. De ervaring leert dat mensen bijzonder goed weten wat ze nodig hebben om ‘met minder moeite betere resultaten te bereiken’. Veelal lukt ze dat buiten het werk bijzonder goed, maar wordt deze competentie op het werk nauwelijks aangesproken. Iedereen is op zijn eigen manier een artiest die zeer goed in staat is om aan te geven wat er nodig is om een optimale uitvoering te geven.

De verantwoordelijkheid voor ‘wat heb ik nodig’ en ‘wie kan me daarbij helpen’ is de basis van het adequaat, effectief en als vanzelf aanpassen van een organisatie op veranderingen. Iedereen ‘weer gewoon’ bezig met doen waar ze goed in zijn met daarbij de ruimte om te innoveren en te groeien.

Vragen? Hulp nodig? Gewoon even vragen… Bel Rob op 0653 266 360 of stuur een mail naar robdebest@mac.com

 

 

 

 

 

 

Broodeenvoudig

Hoeveel plannen die je gemaakt hebt, zijn ook daadwerkelijk gerealiseerd? Hoeveel goede ideeën zijn onderweg gesneuveld, bijgesteld of veranderd waardoor het resultaat van alle inspanningen toch wat tegen viel? Als het wetenschappelijk onderzoek mogen vertrouwen, mislukt 80% van de verandertrajecten. Er gaat onderweg dus nog wel eens iets mis…

En toch is het eigenlijk broodeenvoudig. Net zoals je een routeplanner zult gebruiken om van A naar een B te gaan waar je nog niet eerder bent geweest, zo is er ook een ‘routeplanner’ die op alle processen van toepassing is. Het aardige is dat je dit model al kent. De twee ‘oerwetten’ die door het model worden weergegeven, kom je immers overal tegen. Alles dat bestaat, ook jij, is tot stand gekomen volgens deze ‘wetten’. “Als je ‘t snapt dan zie je het” gaat nergens meer op dan hier.

Met minder stress en inspanning, meer resultaat zien waar iedereen – jij, klanten en medewerkers – blij van wordt. Eigenlijk komen alle innovatie en verandertrajecten hier op neer. Als je het model niet kent, is de kans levensgroot dat je op de verkeerde plaats gaat zoeken als iets mis gaat of energie, tijd, geld en moeite gaat steken in trajecten die niet het effect opleveren dat je verwacht.

Eén van de meest aansprekende voorbeelden van dit model, dat daardoor ook een ervaarbare metafoor wordt, is de toonladder: do, re, mi, fa, sol, la, si, do. Al sinds Pythagoras kennen we deze en dank zij hem weten we ook dat er tussen de mi en de fa en tussen de si en de do een halve toon ontbreekt, dat daar een interval is. Symbolisch wordt dit weergegeven door het model van het enneagram:

enneagramsmall

Ah! Die typetjes, zul je misschien denken. Ja, ook… en niet onbelangrijk. Je hebt nu eenmaal met verschillende karakters te maken en met verschillende organisatieculturen. Daarover meer in een ander blog. De werking van de twee ‘oerwetten’ komt echter pas tot recht in het ‘procesmodel’.

Als je naar het symbool kijkt, valt op dat de negen getallen gelijk over de cirkel verdeeld zijn en valt op: een driehoek 936 en een hexagoon 142857. Op basis hiervan bestaat ieder proces dan uit 9 fasen, waarbij de 9 een dubbele functie heeft: het hele proces van do tot en met het bereiken van de volgende do. Nog redelijk abstract en filosofisch. Met de beschrijving van het proces van brood bakken, gaat het meer ‘leven’. Het enige dat je hierna hoeft te doen is het proces waar je zelf mee bezig bent op dezelfde manier te faseren, waardoor je systematisch kunt onderzoeken waar het stroef loopt. Om in de metafoor van brood te blijven: het heeft niet zoveel zin om je receptuur te veranderen als de temperatuurafstelling van je oven niet klopt.

De 9, do, heeft een kwaliteit van ‘fragiele harmonie’. Je bent vredig met hoe het nu is, maar er kan iets gebeuren – van buitenaf of van binnenuit – waardoor de vrede verstoord wordt. “Trek krijgen” is van binnenuit. Langzaam maar zeker komt dit in het bewustzijn en er komt een moment dat je niet meer tevreden bent met hoe het nu is.

De 1, re, heeft dan ook alle karakteristieken van het verlangenom de harmonie weer te herstellen. Door het beeld te hebben van brood en het vertrouwen in je competentie dat je dat kunt maken, kom je in de volgende fase

De 2, mi, is hetonderzoek naar wat er nodig is om brood te maken. Aan het einde van deze fase is zowel de receptuur bekend en weet je welke ingrediënten je waar en tegen welke condities kunt halen.

De 3, do, is het moment dat de ingrediënten worden afgeleverd, de impuls van buitenaf. Hierdoor ontstaat er een wezenlijke verandering in het proces doordat het ‘willen’ en ‘bedenken’ over gaat naar: fysieke actie mouwen opstropen en gaan doen.

De 4, fa, is dan het creëren. Hetgeen dat je bedacht had ook daadwerkelijk doen. De ingrediënten door elkaar mengen en voorbereiden op de transformatie

Op 5, sol, vindt dan de transformatieplaats. Wat bedacht, gemengd en gekneed is, wordt hier onder de omstandigheden gebracht waardoor het iets anders kan worden. In deze fase is ‘doen’ vooral ‘laten gebeuren’ en de aandacht houden op baktijd en -temperatuur.

Op 6, do, is het testenof ‘dat wat uit de oven komt’ voldoet aan de verwachtingen.

Op 7, la, is dan het resultaat van het transformatieproces. Eén van alle opties van wat er in de oven zou kunnen gebeuren. Wat het is geworden, dat is het geworden.

Op 8, si, is de toepassing van brood en waardering van brood. Als je het voor jezelf gebakken hebt, eet je het op. Als je bakker bent, verkoop je het.

Op 9, de interval voor de do, is het verdwijnen van brood. De keuken is aan kant, het brood is niet meer zichtbaar en de rust van voor het proces van start ging, is weer hersteld. Wel een ervaring rijker…

Dit is vrijwel de kortst mogelijke beschrijving van: je wilt brood, je maakt brood en je geniet ervan. Broodeenvoudig. Als alles dat we bedenken ook op die manier tot manifestatie zou komen, was er niets aan de hand. Het aardige is dat alle processen in de natuur ook daadwerkelijk zo verlopen, alleen mensen lijken over het vermogen te beschikken om er een potje van te maken.

Als je wel graag brood wilt, maar ondanks al je inspanningen geen resultaat ziet, kan de conclusie immers niet anders zijn dan dat het proces in de een of andere fase stagneert. De waarde van het procesmodel zit vooral in het snel kunnen detecteren waar het proces stagneert of vastloopt, zodat je weet wat je moet doen om het weer één stap verder te krijgen. “Even” een paar punten nalopen en je kunt weer verder.

80% Van de verandertrajecten heeft niet de gewenste uitkomst, was al opgemerkt. Onderzoek op basis van toepassing van het enneagram in “hoe dan wel?”, levert als uitkomst dat hier al veel in de eerste fase mis gaat. Het verlangen om te veranderen leeft wel bij het management maar niet bij de mensen die anders moeten gaan leren werken. Als de ‘why’ meer extrinsiek dan intrinsiek is, is er eerst nog wat voorwerk te doen. Ook hier kun je het enneagram weer gebruiken: het resultaat op punt 7 is dan dat iedere stakeholder het zeer waardevol en belangrijk vindt dat ‘er iets gaat veranderen’. En dan komt de Wet van Sinterklaas weer in beeld: Je hoeft het ze alleen maar te vragen… Broodeenvoudig…

Het is niet moeilijk en toch vergeten we steeds weer om het eenvoudig te houden. Je bent van harte uitgenodigd om Rob de Best te vragen om de vertaalslag te maken van ‘brood’ naar de processen van jouw organisatie of team. Ieder zijn specialisme tenslotte…