Golf – het is maar een spelletje… (toch?)

Sommige mensen spelen golf omdat ze het ontspannend vinden of aardig om te doen. Lekker een paar uur buiten in een verzorgde omgeving en daarna een drankje en zo op het terras. Ik hoor niet bij die mensen. Golf is voor mij de ultieme confrontatie met mijzelf en het meest effectieve middel om mijzelf beter te leren kennen.

Mentaal, fysiek en emotioneel. De drie-eenheid van ons bestaan. Als deze drie breinen samenwerken, is golf fantastisch. Moeiteloos met perfecte resultaten. Als ze niet samenwerken of elkaar tegenwerken, is golf een drama dat gevoelens kan oproepen van wanhoop tot en met uiterste frustratie en alles dat daar tussen ligt.

Moeiteloosheid. Alles in de natuur gaat moeiteloos. Zo hoort golf ook te gaan. Zo ontspannen mogelijk met een stok zwaaien, die ergens onderweg een bal raakt. Swing it out! Ik heb het met verschillende golfprofessionals besproken en ze zijn het allemaal eens met de stelling dat het slaan van een goede bal een ontspannen moeiteloosheid vraagt en dat alles wat we daar aan toevoegen een negatief effect heeft op wat we eigenlijk als resultaat zouden willen zien. Eigenlijk is het dus heel eenvoudig en maken we het onszelf onnodig moeilijk. Ik ken geen betere plek dan de golfbaan om uit te zoeken waar ik het mijzelf onnodig moeilijk maak.

Praktisch filosoof als ik mijzelf kenschets, roept het dan ook onmiddellijk een vraag op: stel dat ik in staat ben om mijn swing meer ontspannen en moeiteloos te krijgen, werkt dit dan door in alle andere processen van mijn leven? Anders gezegd, als ik de ongewilde, onnatuurlijke en disfunctionele spanning die het spel bij me oproept kan transformeren door mijn swing en spel aan te passen, heb ik daar dan ook profijt van in mijn bestaan buiten de golfcourse?

Negen weken heb ik voor dit onderzoek uitgetrokken. Het is nu het einde van de zesde week. Inmiddels wordt wel duidelijk dat het antwoord richting een volmondig “ja” gaat! Fantastisch goed nieuws voor de (aspirant-) beoefenaars van dit nobele spel: Verlaag je handicap en merk dat andere dingen in je leven ook gemakkelijker gaan.

Hoe werkt het?

Mijn -isme is de relatie tussen karakter en proces. Meer dan genoegzaam heb ik al aangetoond dat er een correlatie bestaat tussen iemands karakter, of in organisaties de cultuur, en de zwakke plekken in het proces. Alles is immers een proces dat begint met intentie en dat via een creatie een manifestatie oplevert. Architect > Aannemer > Bewoner van het huis. Idee voor een recept > koken > eten. Directie > Werkvloer > Afnemers. Idee om een golfbal te verplaatsten > Swing > Waar je de bal terug vindt (of niet). Zelfs het schoonmaken van de keuken is een fysieke handeling waar je wel eerst zin in moet hebben. Alles is een proces. En afhankelijk van ‘hoe we in elkaar zitten’ gaan we met die processen om.

Hoe we in elkaar zitten, onze eigen aardigheden en karaktertrekken zijn heel eenvoudig zichtbaar te krijgen bij golf. Het uitgangspunt is dat een moeiteloze swing een goed resultaat oplevert. Wat goed is varieert per persoon afhankelijk van lichaamsbouw, aanleg en reeds verworven vaardigheden. Alles dat je zelf toevoegt verstoort de moeiteloosheid en heeft een direct negatief effect op het resultaat. De bal heeft de functie van feedbackmechanisme: wat de bal doet is het gevolg van de samenwerking tussen je mentale, fysieke en emotionele competenties. Je mag er gerust van uit gaan dat alles dat je doet tijdens een rondje golf, representatief is voor hoe je met alle andere processen omgaat. Jij slaat immers de bal.

Het lijf leert door te kopiëren. Als je één keer een perfecte swing hebt gezien, kun je het in principe nadoen. Op het oefenveld, de driving range, lukt het iedereen al vrij snel om een bal ‘goed’ te raken. Die ervaring van moeiteloos swingen, niet eens voelen dat je de bal raakt en deze toch een heel stuk rechtdoor ziet vliegen. Op dat moment zit het ergens in de software van je lichaam en kun je dit ongelimiteerd herhalen.

Maar dan begint de narigheid. Het ‘programma’ de ideale swing blijkt regelmatig minder eenvoudig terug te vinden, als gedachten een rol gaan spelen. Vooral ‘nu moet het goed gaan’ veroorzaakt bijzondere bijwerkingen. Het blijkt dat de eerste keer dat ‘het lukte’ je eigenlijk geen idee had wat je deed. Op basis van de welhaast euforische beleving van dit resultaat, lijkt er een acute verslaving op te treden aan dit gevoel. Daar wil ik wel meer van! Vanaf dat moment begint het denken zich ermee te bemoeien en zijn de poppen aan het dansen. Het denken was er immers niet toen het lijf die ideale swing maakte dat het fantastisch goede gevoel opriep. De conclusie is dan ook voor de hand liggend dat dit denken zich er even niet mee moet bemoeien om het nog een keer te laten gebeuren.

Het is werkelijk fascinerend wat er vervolgens gebeurt. Doordat het niet direct nog een keer lukt om de ideale swing te laten gebeuren, gaat het denken bedenken wat er zou moeten gebeuren, waar het mis ging en wat er anders zou moeten. Het is alsof de directeur van een bedrijf ziet dat de resultaten achterblijven, niet gezien heeft of kan onderzoeken wat er werkelijk gebeurt is en de eerste de beste die hij tegenkomt de schuld geeft. Zo ongeveer alles en iedereen kan ‘verantwoordelijk worden gesteld’ voor een slecht resultaat: Zelfbeschuldiging “doe dan ook niet zo stom” veelal voorop, gevolgd door omstandigheden van buiten die werkelijk helemaal niets met de slag te maken hebben, zoals anderen die staan te kijken; plaatsten door de baan waar je toch niet wilt landen zoals bos of water; vergelijkingen met anderen die het beter of minder goed kunnen; mensen voor je waar je op moet wachten of mensen achter je die op jou staan te wachten; het weer; geluid; scorebord; wat dan ook. Op een bijzondere manier wordt het resultaat ineens belangrijk terwijl alles dat nodig is om dat resultaat te bereiken, vergeten lijkt.

Iedere manifestatie, ieder resultaat is dus het gevolg van de samenwerking tussen een idee en een handeling. Tussen inspiratie en creatie. Omgekeerd is het dan ook waar dat als het resultaat tegenvalt er kennelijk iets mis is gegaan in de samenwerking tussen wat iemand wilde en wat iemand deed. Ergens in het proces deed je kennelijk iets anders dan je dacht dat je deed. Je wilt iets waarvan je weet dat je het kunt. Vervolgens gebeurt er iets wonderbaarlijks waardoor het resultaat volkomen anders is dan wat je verwacht had.

Hoe het zou behoren te werken

Golf is een herhaling van het proces dat er volgens de toonladder heel eenvoudig uitziet:

Re            Inspiratie en verlangen om een bal te slaan > doel bepalen.

Mi            Onderzoek: wat heb je daarvoor nodig.

Fa            Upswing.

Sol            Downswing.

La            Waar de bal ligt na de verplaatsing.

Si            Waardering, evaluatie.

Do            Rust.

 

Re en Mi is de mentale fase waarin bedacht en onderzocht wordt wat er gewild wordt en wat daarvoor nodig is. Fa en Sol is de fysieke fase waar je aan het doen bent en La en Si zijn de emotionele fase waarbij de ligging van de bal na de slag wel of niet binnen de marge van ‘daar word ik blij van’ ligt. Kenners van de toonladder weten dat er tussen Mi en Fa een halve toon ontbreekt. In ieder proces is dat de ‘hulp van buitenaf’. In het proces van de bakker zijn dit de ingrediënten die afgeleverd worden waardoor hij van denken over brood, kan gaan kneden volgens zijn receptuur. In dit proces is dat de bal -die ligt waar die op dat moment ligt. De ontbrekende halve toon is de verandering in het proces waarin wordt overgeschakeld van de mentale naar de fysieke fase.

 

Om de vergelijking met het bakken van brood nog iets verder door te trekken: creatie is het kneden door de bakker en transformatie vindt plaats als het kneedsel de oven in gaat en de bakker het dus loslaat. Creatie vraagt om actie, terwijl transformatie plaatsvindt onder aandachtig toekijken. Creatie is de voorbereiding, transformatie is laten gebeuren. Laat dit ‘loslaten’ nu zo ongeveer het punt zijn waar de meeste mensen moeite mee hebben… Voorbereiding prima, oefenswing uitstekend en dan komt het besef dat de bal geraakt moet gaan worden… Het is veel voorkomend dat onzekerheid: ‘zal het wel goed gaan’, woede ‘nu moet het goed gaan’ of schaamte ‘je zal zien dat het nu mis gaat’ ineens een rol gaan spelen. Het mentale vertrouwd het fysiek niet meer en in plaats van te laten gebeuren wil het besturen of controleren. Dit is vergelijkbaar met de trap oprennen terwijl je wilt bedenken waar je je voeten neerzet. Gaat niet lukken en de bewegingen vertragen immens. Ons mentale ‘deel’ is nu eenmaal bijna 30.000 keer langzamer dan ons fysieke ‘deel’.

 

De oplossing is dan ineens voor de hand liggend:

Re            > vanaf welke plek wil ik mijn volgende bal spelen.

Mi            > welke stok heb ik daar voor nodig en instructie van het lijf.

Fa            > Upswing en aandacht in het lichaam brengen.

Sol            > Ontspan en laat gaan terwijl de aandacht in het waarnemen van het lijf blijft.

La            > Je weet hoe je de bal geraakt hebt en je kijkt deze na tot en met na de landing.

Si            > Waarderen van het resultaat en zonodig bijstellen van de receptuur.

Do            > Rust, geniet van de omgeving, het uitzicht, je medespelers.

 

Kortom, het is niet moeilijk maar het is heel erg moeilijk om het eenvoudig te houden. Aan de andere kant… ik heb daar wel oefeningen voor

Leave a Comment